In het geval dat de differentieelschakelaar uitschakelt, is het noodzakelijk om te bepalen welk onderdeel van de kachel de kortsluiting veroorzaakt.
Voor een correcte diagnose volgt u de volgende stappen:
Identificeer de fase van werking waarin de uitschakeling plaatsvindt:
Als de differentieelschakelaar ingrijpt tijdens de ontstekingsfase, kan de oorzaak de ontstekingspen zijn.
In dit geval:
Controleer de bedrading van de ontstekingspen en zorg ervoor dat er geen beschadigde draden of kortsluitingen zijn.
Maak de behuizing van de ontstekingspen grondig schoon.
Als het een stalen ontstekingspen betreft, wordt aanbevolen deze direct op het elektriciteitsnet aan te sluiten voor 10–15 minuten, om eventuele resterende vochtigheid die lekkage kan veroorzaken te laten verdampen.
Als het probleem aanhoudt, vervang dan de ontstekingspen.
Als de differentieelschakelaar uitschakelt na de ontstekingsfase, kan de storing verband houden met andere elektrische componenten van de kachel (bijv. motoren, ventilatoren, enz.).
Gebruik in dit geval de functie uitgangstest binnen het systeemmenu (alleen beschikbaar wanneer de kachel in de status "uit" staat en niet in "uitschakelen").
Activeer één component tegelijk om te controleren welk onderdeel de differentieelschakelaar laat uitschakelen.
Zodra het defecte onderdeel is geïdentificeerd, voert u de nodige elektrische controles uit en vervangt u het indien nodig.
Opmerkingen
0 opmerkingen
U moet u aanmelden om een opmerking te plaatsen.